Wijs

Dan sta je daar in de parkeergarage van het ziekenhuis. Het is warm en benauwd en de wereld om je heen verdwijnt in een soort smog. Wat is wijs. Wat gaan we nu doen?
Het is nog steeds 17 juni. 13.00 uur….

Arjan zegt heel resoluut: “Ik wil nu naar mijn ouders toe. Dit moet ik hen persoonlijk vertellen.” Klein detail: Arjan zijn ouders staan op de camping, ergens bij de Belgische grens. En ik realiseer me dat we ook even wat moeten regelen voor de jongens. Gelukkig gingen ze uit school al mee met vriendjes. Dat hadden we al afgevangen. Het is misschien wel een raar telefoontje: In tranen bel ik de vader van Simme zijn vriendje. Veel hoef ik gelukkig niet te zeggen en ik hoef ook niets uit te leggen. Simme kan blijven en wordt na het eten thuisgebracht.
Eerst maar even de eerste emotie kwijt en dan de rest even regelen.

Arjan bedenkt nog dat hij wil eten. Eten??? Eten??? Maar Arjan stopt. Haalt enorme belegde stokbroden, koopt voldoende drinken. En dan gaan we maar.
En ik merk, al etende dat ik ook best wel trek heb eigenlijk.

We staan in de file. Natuurlijk. Coronatijd. Iedereen werkt thuis. Midden op de dag. Bloedheet. Maar op de snelweg die wij rijden staat file. Het begint al bij Utrecht. En duurt en duurt en duurt maar…. Het geeft ons wel de gelegenheid om mijn ouders te bellen. Mijn broer te bellen. En voor Tijmen te regelen dat hij wat langer bij zijn vriend kan blijven. De jongens hebben het in ieder geval goed. En leuk! Heel fijne en geruststellende gedachte. We lezen de folder over hoe we het de kinderen moeten vertellen. We praten nog na over wat er allemaal gezegd is. Wat zijn we nu eigenlijk wijzer geworden. Die file is zo gek nog niet.

Arjan zijn vader staat ons op te wachten bij de poort. Heel even overvalt ons het vakantiegevoel. Maar dat gevoel is al snel verdwenen als we meteen maar tot de orde komen en het gesprek voeren waarvoor we gekomen zijn. Ja, wat moet je daar over zeggen? Behalve dan dat er gehuild wordt, wordt er ook gelachen. Alles komt voorbij in de gesprekken. Daarbij is het ook fijn om niet meteen naar huis te gaan na het ziekenhuisgesprek. Maar gewoon even ergens anders te praten, te zijn en de folders te lezen.

Wanneer we naar de auto lopen is het half 5. Ineens realiseer ik me dat Tijmen ook paardrijden heeft en nog even snel bel ik dat af. Het zal vaker voorkomen dat ik wat vergeet. Dat we wat vergeten.

We rijden naar huis. Zoals iedereen naar huis rijdt rond dit tijdstip. En thuis gaan we wat eten. Zoals iedereen wat gaat eten rond dit tijdstip. De jongens worden thuisgebracht en hebben beide een hele leuke middag gehad. Verwend, leuk gespeeld, leuke dingen gedaan.

Wanneer ze zitten. Uitverteld zijn. Hun belevenissen hebben gedeeld.
Dan vertellen wij het nieuws van hun vader. Zoals het ziekenhuis geadviseerd heeft. Niet ingepakt, niet verzwijgen. Maar vertel het de kinderen meteen. Want ze voelen en zien toch wel dat er wat aan de hand is.

Het meest moeilijke wat wij samen ooit gedaan hebben.

2 gedachten over “Wijs”

Plaats een reactie