Mooi niet!

Hoe je heen en weer geslingerd wordt.

Vrijdagochtend kreeg Arjan een bericht van het UMCU: er is een telefonische afspraak ingepland. Tussen de middag.
Aangezien mijn lijf -waarschijnlijk door alle spanning- volledig in protest is, hadden we geen plannen. En door dit bericht voelden we ons beiden niet echt relaxed.

Er zou alleen gebeld worden als er uit het bloedonderzoek toch nog onverwachte resultaten zouden komen. Gister (donderdag) leken de resultaten stabiel. De ochtend rommelen wat in huis. Beetje blijven bewegen. Arjan leest wat. De jongens vinden een dagje in en om huis ook best lekker eigenlijk.

Wanneer er tussen de middag niet gebeld is, zeggen we het weer: “Het is vast een vergissing”. We hopen gewoon dat het een vergissing is. Een uur later is er nog niet gebeld. Arjan gaat slapen. De jongens breng ik naar een sport- & spel instuif. We schuilen voor een enorme onweersbui en wanneer het zonnetje weer gaat schijnen, laat ik de jongens achter. Die vermaken zich wel weer.

Ineens gaat dan toch die telefoon. Arjan wordt er wakker van. Ik zet de Olympische Spelen op de tv zachter. Het ziekenhuis; de arts geeft aan dat ze erg verbaasd is, maar dat er in het lab te zien is dat er meer blasten* zijn aangetroffen. Rest van het bloedbeeld leek zo stabiel. Maar wat langer in het lab nodig had om tot een resultaat te komen geeft een ander beeld.
Dit betekent activiteit richting de leukemie. Hoeveel procent er aan blasten aangetroffen is, is niet gezegd. Ergens is er zo’n grens en dan is het leukemie. En het kan ons ook niet schelen. Ik ben stil. En tegelijkertijd blij dat de jongens ergens hun ontspanning hebben. Arjan gaat zijn ouders bellen.

We hebben nergens meer zin in. Wat een tegenvaller na het stabiele nieuws van een dag eerder. De arts wil Arjan sneller zien. Extra bloedprikken, om te weten of dit een eenmalige opleving is, of dat er al meer aan de hand is (en het proces zich dus doorzet). En er worden extra donoren aangevraagd, in de hoop dat er sneller iemand is die voldoet aan alle wensen.

De rest van de middag zeggen we niet zoveel meer tegen elkaar.

We besluiten lekker te eten. En de ontspanning op te zoeken. De wind door onze haren, de laatste zonnestralen van de dag op ons gezicht. Het is heerlijk. En we lachen als we zien dat alles van onze tafel wegwaait door de harde wind. We genieten van de jongens die spelen. Het wijntje, de omgeving, de lach.
Morgen weer een dag.

*Het lichaam maakt witte bloedcellen aan in het beenmerg. In het beenmerg kan een woekering ontstaan van kwaadaardige, onrijpe witte bloedcellen (blasten). Die kunnen dan te vroeg in het bloed terecht komen. Kwaadaardig betekent dat de blasten zich door het lichaam kunnen verspreiden via bloed en lymfevaten
Bron: UMCU

met letterlijk de wind door onze haren, de dag afsluiten

7 gedachten over “Mooi niet!”

  1. Dat valt tegen. Bijzonder om te lezen hoe jullie deze tegenvaller opvangen en je blik richten op die kleine dingen die afleiden en helpen. De wind in je haren. De zon op je gezicht. Hou vol! xx

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Lieske Reactie annuleren